Menu

 

 

Tijdperk I (1835 tot 1925)

   
1804 Aanleggen van de eerste industriële spoorweg in de kanonnengieterij van Luik (1804)
1830 Eerste industriële spoorweglijn  tussen de steenkoolmijn van Grand-Hornu en het kanaal van Bergen naar Condé (1880 meter, spoorwijdte van 0,90 meter) (1830).
   
 

Periode Ia (1835-1852)

1834 Oprichten van een spoornet van 388 kilometer die België verbindt met Frankrijk, Pruisen, Engeland en later met Nederland (1854). (wet van 1 mei 1834)
1835 Eerste spoorlijn in België (Mechelen-Brussel) (5 mei 1935) met stoomlocs La Flèche nr nr.1, Stephenson nr. 3 en L'Eléphant nr.4
1835 In dienst nemen van de eerste Belgische stoomloc Le Belge nr. 6 gebouwd door Cockerill (30 december 1835)
1837 Uitbreiding van het net tot 556 km (wet van 1837)
1841 Toekennen van de eerste concessie voor een privé spoormaatschappij Antwerpen-Gent (spoorbreedte 1,151 m)
1846 Toekennen van verschillende concessies aan Engelse kapitalen, de zogenoemde Engelse periode (1845-1851)
1846 Toekennen van een concessie aan de 'Grande Compagnie du Luxembourg' . In gebruik in 1859  (†1873)
1846 Invoeren van het bloksysteem in Brussel met behulp van een telegraaflijn tussen Antwerpen en Brussel
1848 Toepassen van het (stoom)verdeelmechanisme Walschaert
1849 Verbouwen van L'Eléphant nr.4
   
 

Periode Ib (1853-1870)

   
1851 Stelselmatig in concessie geven van lijnen door de Staat en oprichten van privé-spoorwegmaatschappijen (1851-1874), de zogenoemde Belgische periode
1853 Oprichten van het "Comité Consultatif de Chemins de fer, Postes et Télégraphes" (1853)
1858 Overnemen van de eerste privé-maatschappij Bergen-Manage door de Belgische Staat
1860 Toepassen van de Belpaire-vuurhaard geschikt voor gruiskolen in plaats van cokes (1860)
1862 In dienst nemen van eerste locomotieven met drie gekoppelde assen (later type 30 en, 33)
1864 Oprichten van de Grand Cental Belge
1864 Plaatsen van schermen met kijkvensters en later van een gesloten machinistenhuis (vanaf 1864)
1864 In dienst nemen van stoomloc type 1 voor expresstreinen (1864 - †1922)
1864 In dienst nemen van stoomloc type 28 (1864 - †1931)
1866 Ontwerp en bouw type 51 (1966 - †1961)
1867 Oprichten van Société générale d' Exploitation de chemin de fer (S.G.E.) (1867 - †1878)
1866 Invoeren van een eenvormig bestek voor alle toekomstige vergunningen (1866)
1870 De Staat beheert 863 km spoorlijnen. Privébedrijven exploiteren 2.231 km
   
 

Periode Ic (1871-1898)

1880 Geleidelijk in dienst nemen van pendeltreinen 'trains-tramways' in de grote steden en opening van een groot aantal stopplaatsen (1880-1900)
1871 Overnemen van talrijke privé spoormaatschappijen door de Belgische Staat door terugkoop in twee fasen (1870-1882 en 1896-1912)
1871 Geleidelijk oprichten van eenheidsgebouwen door de Staatsspoorwegen (1871-1898)
1872 Oprichten van de Compagnie Internationale des Wagons-Lits
1876 Introduceren van de eerste indeling per type voor locomotieven
1878 In dienst nemen van eerste stoomrijtuig 'Voiture à vapeur Système Belpaire'
1884 In dienst nemen type 25 (0-6-0) (1884 -†1942)
1885 In dienst nemen van het type 6 (later 6bis) (2-6-0)  (1884 -†1921)
1885 Oprichten van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen, N.M.V.B.-S.N.C.V.
1888 In dienst nemen type 12 Columbia (2-4-2) (1888-†1922). 12bis (1910-†1931)
1888 In dienst nemen type 11 (1888- †1949)
1889 In dienst nemen van de eerste rijtuigen met drie assen van het type "Grande capacité" (GC)
1889 In dienst nemen van drieassige rijtuigen met groot vermogen (1889).
1893 Eerste wagens met draaistellen
1896 Overnemen van de smalspoorlijn van de Maatschappij Antwerpen-Gent
1896 Geleidelijke overname van een tweede reeks privé-maatschappijen (1896-1912)
1897 In gebruik nemen van Mallet-locomotief nr 940 (1897-†1905)
1897 Overnemen van de Grand Central Belge door de Staat. (1-1-1897)
1897 Overnemen van de maatschappij Liégois-Limbourgeois opgericht in 1866
1899 In dienst nemen van het type 17 (4-4-0 Dunalastair) (†1932)
   
 

Periode Id (1899-1913)

1900 Invoeren van de livrei donker chocoladebruin voor de stomers van de 'Belgische Staat' (1900-1932). Goude Ketelbanden met zwarte en rode biesjes (rood-zwart-goud-zwart-rood). Tender en cabine (tenderlocs) zwarte en rode biesjes (zwart buitenkant). Cilinderblokken met gouden randen en zwarte en rode biesjes (goud-zwart-rood). Frame en wielen zwart
1900 In dienst nemen van het type 15 (4-4-2) met diepe vuurhaard (type 14 in 1925, †1948) en 15 met halfdiepe vuurhaard  (type 15 in 1925, †1959 )
1900 In dienst nemen type 30 (Bourbonnais) (†1932)
1900 Bestellen Amerikaanse Baldwin loc (Mogul) ingezet als type 31
1900 In dienst nemen van de eerste GCI rijtuigen in groene kleur (Grande capacité d'intercirculation)
1902 In dienst nemen type 32 (0-6-0 met verzadigde stoom, type 44 in 1931, †1949) en 32 S (met oververhitting, type 31 in 1925 en type 41 in 1931, †1959)
1902 In dienst nemen type 18 (afgeleid van het type 17, †1949) en type 18 S (met oververhitter, type 19 in 1925, †1949)
1903 Bouw type 35 (met verzadigde stoom †1928) en 35 S (met oververhitting) (†1953)
1904 In dienst nemen type 23 (type 53 in 1931, †1966 )
1905 Bouw en leveren Atlantic type 6 (4-4-2 type 6 in 1925) (†1948)
1905 Bouw en leveren type 8 (4-6-0) (†1946)
1906 Overnemen van de Maatschappij van West-Vlaanderen
1907 In dienst nemen van het type 15 (4-4-2) met oververhitter (type 16 in 1925, †1964)
1908 In dienst nemen van type 18bis (ombouw van 15 machines type 18) (type 20 in 1925, †1948)
1909 In dienst nemen type 9 (4-6-0) (†1951)
1909 In dienst nemen type 36 Decapod (2-10-0) (†1947)
1910 In dienst nemen eerste reeks type 10 (4-6-2) (†1959)
1910 Bouw van de eerste Belgische 'Pacific' stoomlocomotieven 'Flamme'
1912 In dienst nemen tweede reeks type 10 (4-6-2) (†1957)
1912 Het net van de Staatsspoorwegen is 4.786 km lang. Er zijn nog 275 km in privébezit.
1913 Bouwen 2 exemplaren type 13 (4-6-4) (†1931)
1913 De Belgische spoorwegen omvat in 1913 43.68 km spoor, 78.659 personeelsleden, 4.366 locomotieven, 7.929 rijtuigen en 87.751 wagens
1896 Geleidelijke overname van een tweede reeks privé-maatschappijen (1896-1912).
   
 

Periode Ie (1914-1925)

1919 Verdrag van Versailles 28 juni 1919 met bepaling voor overdracht van Duits “wapenstilstand”-materieel als oorlogsvergoeding
1919 Aankoop ROD (Railway Operating Devisoin) locomotieven type 50 (†1966), type 52 (type 58 in 1931, †1966 ), type 22 (type 57 in 1931, †1960)
1919 Aankoop type 40 bij US Army Railroads Administration (†1964) en type 39 (General Perching, †1924)
1919 Overdracht Duitse wapenstilstand-locomotieven en rijtuigen uit Pruisen, Beieren, Saksen, Baden en Oldenburg waaronder type 64 (P8, †1966), type 66 (S6, †1949 ), type 69 (S9, †1949) , type 60 (S10, †1959 ), type 61 (S101), type 62 (S10², †1960), type 71 (G71, †1949), type 72 (G7²), type 80 (G8, †1948), type 81 (G81, †1966), type 79 (G9, †1939), type 90 (G10), type 74 (G54, †1932), type 93 T9³, type 96 (T12, †1963), type 97 (T14, †1965), type 98 (T16, †1964), type 99 (T13, †1934)
1919 Invoeren van signalisatie met 3 standen op de grote vanuit assen vertrekkend van uit Brussel (1919-1922).
1920 In dienst nemen van type 38 Consolidations gebouwd in USA (†1957)
1921 Bouw type 8bis met oververhitting (4-6-0) op basis van type 8 (type 7 in 1925) (7-1: †1954, 7-2: 1955, 7-4: 1962)
1921 Bouw type 33 (2-8-0) (†1949)
1921 Bouw type 37 in UK (aantal: 200, type 31 in 1931, †1960) (type 30 in 1941 voor 92 niet omgebouwde locs)
1921 Bijkomende bouw en leveren type 36 (17 exemplaren)
1921 Creatie van RIV - RIC internationaal gebruik en uitwisseling van wagons en rijtuigen
1922 Creatie van het UIC (Union Internationale des Chemins de fer ) (20/10/1922)
1922 Creatie van het RIC-reglement voor rijtuigen, later ook RIV-reglement voor goederenwagens